Veel gestelde vragen
Hoeveel zoetwatervissen zwemmen er in de Nederlandse wateren?
Ik heb het gevraagd aan de heren biologen bij de OVB. De eerste reactie op deze vraag was vrijwel gelijk:”onmogelijk om daar een antwoord op te geven”. Maar na enig aandringen, wilden ze toch wel een rekensommetje maken. Natuurlijk wel met de nodige slagen om de arm. Ik zal jullie niet lastig vallen met de berekening, maar de gegevens die wij daarbij gebruiken, zijn de hoeveelheid water in Nederland (zo’n 350.000 hectare), de gemiddelde hoeveelheid vis in een hectare water en het gemiddelde gewicht van een visje ouder dan één jaar.
Dan kom je uit op, schrik niet, ruim vier miljard vissen van één jaar en ouder die in Nederland rondzwemmen! Dat is een 4 met negen nullen (4000.000.000)! Ik moest er van de heren wetenschappers wel bij zeggen dat dit echt een schatting was en dat het wel twee miljard meer of minder kon zijn. Maar bij de 15 miljoen Nederlanders zijn baby’s en peuters ook meegeteld, dus daar heb ik voor de vissen ook maar eens heel voorzichtig naar gevraagd. Nu weten jullie vast wel dat een vis enorm veel eitjes kan leggen, dus…
Afijn, als je in de zomer zou gaan tellen, geen aanrader overigens, zou je kunnen uitkomen op een getal van, geloof het of niet, ergens tussen de 50 en 200 miljard visjes, jonger dan één jaar! In de winter is er van al die jonge visjes al weer 90% dood gegaan. Zielig? Ach ja , dat is de natuur. En als ze allemaal in leven zouden blijven, zou je binnen hele korte tijd over de vissen kunnen lopen om een sloot over te steken.
Hoe oud kunnen vissen worden?
Onder vissen zwemmen er stokoude baasjes rond. Zegt men… Wat te denken van de snoek van de Duitse keizer Frederik II. De keizer had aan deze vis een ring vastgemaakt en hem op 5 oktober 1230 in een meer uitgezet. Volgens de verhalen werd de snoek op 6 november 1497, dus 267 jaar later, teruggevangen. De vis moet bijna vier meter lang zijn geweest en 350 pond zwaar. Tja, zo zie je ze niet meer…
De leeftijd van een snoek die in 1892 in de Dieze werd gevangen door een schipper, klinkt wat aannemelijker. Aan het lijf van de vis zat een koperplaatje vastgegroeid met daarop vermeld het jaar 1843. De snoek was dus bijna een halve eeuw oud. Toch beweren wetenschappers dat de snoek in werkelijkheid wel 75 jaar kan worden! De meerval slaat echter alles. Deze vissoort kan wel 100 jaar worden. En de steur volgt met maximaal 60 lentes. Hoe kleiner de vis, des te korter ze leven, zo lijkt het.
We zetten de oudst bekende leeftijden eens op een rijtje.
aal 55 jaar
karper 50 jaar
beekforel, kroeskarper en zeelt 30 jaar
kopvoorn 22 jaar
sneep 20 jaar
elrits 6 jaar
stekelbaars 4 jaar
Waarom zinkt een vis niet naar de bodem?
Het antwoord is: door een ingebouwd zwembandje! Hoe zit dat dan? Bij de meeste vissen zit tussen de ingewanden een wit, doorschijnend ‘ballonnetje’. Dit is de zwemblaas. Die hebben ze hard nodig. Vissen zonder blaas zijn namelijk zwaarder dan water, en moeten daarom voortdurend zwemmen om niet naar de bodem te zinken. Maar dat zou betekenen dat vissen die constant op de bodem van het water leven, die zwemblaas helemaal niet nodig hebben. Inderdaad, platvissen, zoals de schol en de bot, en bijvoorbeeld ook de rivierdonderpad hebben daarom ook geen zwemblaas.
Vissen die wél een zwemblaas hebben, kunnen, net als een duikboot, op één bepaalde diepte blijven zweven. Daar hoeven ze geen enkele moeite voor te doen. Wel is het zo dat, hoe dieper de vis gaat zwemmen, des te groter de druk van het water op de vis wordt. Daardoor wordt ook de zwemblaas in elkaar gedrukt en kleiner. De vis dreigt dan helemaal naar de bodem te zakken, en dat wil hij nu ook weer niet! De vis moet daarom de zwemblaas iets opblazen. Dat gebeurt heel langzaam met gas uit bloedvaatjes rond de zwemblaas. Gaat de vis weer wat hoger in het water zwemmen, dan zal de druk minder worden en de zwemblaas dus groter. Er moet weer gas uit, anders schiet de vis als een pijl verder omhoog! Veel vissen, zoals de karper kunnen dat snel oplossen. Er zit namelijk een soort ventiel op de zwemblaas waaruit gas kan ontsnappen. De vis laat een ‘boertje’, en zo wordt de blaas weer wat kleiner.
Slapen vissen?
Het antwoord hangt af van wat je verstaat onder slapen. In het woordenboek staat dat slapen een periode van rust is, waarbij de ogen zijn gesloten en er weinig of geen beweging is. Nu is het zo dat vissen helemaal geen oogleden hebben (haaien uitgezonderd). Ze kunnen dus hun ogen niet sluiten. Verder bestaan er vissen die hun hele leven zwemmen, en vissen die zich hun hele leven nauwelijks bewegen. Er zijn ook veel vissen die overdag zich heel stil houden, maar pas ‘s nachts er op uittrekken om eten te zoeken.
Vissen slapen dus niet zoals wij dat doen. Maar de meeste vissen rusten wel uit. Sommige vissen doen dat al drijvende in het water, anderen zoeken een plekje in de modder of tussen waterplanten. Wat ze doen komt een beetje neer op dagdromen: slapen met de ogen open. Zo kunnen ze hun vijanden altijd zien aankomen. Sommige vissoorten zoals de zeelt “slapen” soms maandenlang, verscholen in de modder van de sloot. Omdat ze niet bewegen hebben ze ook geen voedsel nodig. Zo komen ze de barre winter door.
Waarom zwemmen vissen in scholen?
Alleen is maar alleen. Toch blijven sommige vissen het liefst bij elkaar uit de buurt. Snoeken houden steeds een beetje afstand van elkaar. Het zijn namelijk echte kannibalen, die er niet op letten of die andere snoek een broertje of een zusje is. Ook de aal en de meerval leiden een eenzaam bestaan als kluizenaar. Behalve natuurlijk als er jonge snoekjes, aaltjes of meervalletjes moeten komen. Dan zullen mannetjes en vrouwtjes zich een tijdje wat romantischer moeten gedragen. Maar heel veel vissoorten zijn een stuk gezelliger. En hoewel onder de waterspiegel de leerplicht niet geldt, zwemmen deze vissen toch in een school. Je kunt zelfs spreken van schoolklassen. Er zitten namelijk vaak allemaal vissen in die even oud zijn. Niet dat er een leraar voor deze klas staat hoor. Het zijn vooral jonge visjes van een en dezelfde soort die samenscholen in dichte groepen. Grote vissen verzamelen zich ook wel in de winter op diepe plaatsen.
Wat is eigenlijk het voordeel van het zwemmen in een school? Vreemd genoeg is de kans om opgemerkt te worden door een roofvis kleiner wanneer je in een school zwemt dan wanneer je in je eentje zwemt. En wat als een snoek een school toch in het vizier heeft? Dan is er altijd wel een schoolganger die de snoek in de gaten heeft en de anderen waarschuwt. En door met zijn allen tegelijk aan het zwemmen te slaan, raakt de rover helemaal de kluts kwijt. Want welk visje moet hij in hemelsnaam pakken?
Kunnen vissen leren?
Vissen zwemmen dan wel vaak in een school, maar die school heeft natuurlijk niets te maken met rekenen, taal en schrijven. Dat wil niet zeggen dat vissen niet iets zouden kunnen leren. Echte bollebozen zijn het niet, maar ze zijn zeker niet dom. Vissen weten van nature al wat ze moeten doen om bijvoorbeeld hun eten te vinden. Maar na verloop van tijd weten ze ook steeds beter waar de lekkere hapjes liggen en hoe ze die het beste kunnen oppeuzelen.
Sportvissers weten dat een eenmaal aan de hengel gevangen karper zich niet gemakkelijk een tweede of derde keer vangen. De vis leert na een onaangename ervaring met de haak, het aas met een haak erin te herkennen, en wordt uiterst voorzichtig. Met andere woorden, een ezel stoot zich geen twee keer aan de zelfde steen. Alhoewel, na enige tijd trapt de karper er toch weer in, weet de karpervisser uit ervaring. Snoeken leren niet zo snel als een karper. In de natuur worden ze door schade en schande wijs. Een stekelbaars lijkt op het eerste gezicht een lekker hapje. Maar als snoeken een aantal keren kennis hebben gemaakt met de scherpe stekels, dan laten ze het verder wel uit hun kop om zo’n visje te vangen. Nee, vissen zijn heus niet dom.
Hoe komen vissen de winter door?
De winter komt er weer aan en dat betekent voor veel vissen dat er zware tijden aanbreken. Ze hebben de laatste tijd hun buiken volgegeten, om die moeilijke winterperiode goed door te komen. Daarom zijn juist de herfstmaanden vaak zulke goede vismaanden! In de winter is het voedsel schaars en de lage watertemperatuur dwingt de vissen om hun activiteiten op een laag pitje te zetten. Vissen zijn immers ‘koudbloedig’ en dat betekent dat hun lichaamstemperatuur voortdurend wordt aangepast aan de temperatuur van de omgeving. Het voordeel is dat vissen in de ‘rustperiode’ die de winter eigenlijk is, veel minder zuurstof hoeven te gebruiken. En dát kan soms heel belangrijk zijn, want als er vissterfte optreedt is dat meestal vanwege zuurstofgebrek.
Om zuurstof te maken, hebben de aanwezige algen (heel kleine waterplantjes) zonlicht nodig. Maar als er ijs op het water ligt, gaat er soms wat fout. Zonlicht dringt namelijk wel door helder ijs heen, maar niet als er sneeuw op het ijs ligt. Het wordt onderwater dan pikdonker, de algen kunnen geen zuurstof meer maken en sterven af. Ondertussen verrotten de waterplanten in de modder. Dat kost veel zuurstof. Heeft het water dan ook nog eens weinig diepe plekken waarin water zit met wat meer zuurstof, dan is er kans dat er vissen dood gaan onder het ijs.
Archief
Theorie
> Vissen herkennen
> Van eitje tot kanjer
> Ecologie van vissen
> Vissendeterminatie
> Veel gestelde vragen

