Aal

Hoe ziet een Aal eruit?
De Aal of Paling lijkt op het eerste gezicht een beetje op een slang. Hij heeft een lang, dun lichaam en buiten het water kruipt hij ook als een slang. Maar onder water zwemt hij als een echte vis. De Aal is meestal bruin, maar kan ook grijs of bijna zwart van kleur zijn. Zijn buik is wit tot zilverachtig. Hij heeft zulke kleine schubben, dat het lijkt alsof hij helemaal geen schubben heeft. Door zijn dikke slijmlaag is hij zo glad als een … Aal.

vissoorten kennis - paling goed

Hoe leeft een Aal?
Alle Alen beginnen hun leven als eitje op 50 tot 250 meter diepte in de Sargassozee bij Cuba. Tenminste, dat denken we, want zelfs na honderd jaar onderzoek weten we dat niet eens helemaal zeker! Toch lijkt het waarschijnlijk dat al onze Alen daar als larve vandaan komen. Deze zogenaamde ‘Leptocephaluslarven’ lijken een beetje op een doorzichtig wilgenblaadje. Na één tot drie jaar komen deze larven na een reis van maar liefst 6000 kilometer bij onze kusten aan. Daar veranderen ze langzaam van vorm en gaan meer op een “echte” Aal lijken. Omdat ze dan nog steeds doorzichtig zijn, noemen we ze dan glasaal. Een groot deel van deze glasalen trekt in het voorjaar massaal onze rivieren binnen. Van daaruit trekken zij verder de andere zoete wateren in, waar zij in enkele jaren tot volwassen Aal opgroeien. De overige glasalen blijven overigens in zee om daar verder op te groeien. In onze zoete wateren leeft de Aal van heel veel verschillende soorten voedsel. Hij eet allerlei kleinere waterdiertjes (watervlooien, wormen, insectenlarven), is gek op visseneieren, maar eet ook vis. Wanneer de Aal volwassen is geworden, wordt het tijd om terug te keren naar de Sargassozee. Speciaal voor deze lange reis van 6000 kilometer, terug naar de diepzee, verandert de Aal. Hij legt een flinke vetreserve aan, zijn ogen worden groter, zijn kleur meer zilver en hij stopt met eten. Vanaf dat moment wordt hij schieraal genoemd. De trek naar zee van de schieralen begint meestal in de herfst.

 


Zo leeft de Aal

Waar komt de Aal voor?
De Europese Aal komt in heel West Europa en in de landen rond de Middellandse Zee voor. In Nederland vind je de Aal in bijna alle soorten wateren. Ze leven in zee, in onze rivieren, beken, kanalen, kreken, meren, plassen, vaarten, sloten, vijvers, noem maar op. De Aal moet een water vanuit zee via de rivieren en andere wateren kunnen bereiken. In de wateren die niet in open verbinding staan met ander water, zul je dan ook geen Aal vinden, tenzij deze er door de mens is uitgezet. De lichtschuwe Aal is vooral in de schemering en ‘s nachts actief. Overdag graaft de Aal zich in de bodem in of verbergt zich in holten in de oever of tussen en onder waterplanten, boomwortels, stenen of andere obstakels.

Wat kunnen we voor de Aal doen?
Het gaat de laatste jaren niet goed met de Aal. In heel Europa worden er steeds minder gevangen. Op plaatsen waar vroeger miljoenen glasaaltjes onze zoete wateren binnen trokken, zie je er nu nog maar enkele. Er zijn verschillende oorzaken voor de slechte toestand van de Aal aan te wijzen. Denk maar eens aan de stuwen, sluizen en dammen, die wij mensen hebben aangelegd in onze wateren. Hierdoor kan de Aal op heel veel plaatsen niet meer binnentrekken. Maar ook door de slechte waterkwaliteit, nieuwe visziektes, de wereldwijde visserij op Aal, maar zelfs het broeikaseffect brengen deze mooie vis ernstig in de problemen. Veel van deze problemen worden veroorzaakt door de mens. En dus is daar iets aan te doen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat Alen bij stuwen, dammen en sluizen via speciale “aaltrappen” toch onze zoete wateren kunnen binnentrekken. We kunnen ons afvalwater beter zuiveren, met alle andere Europese landen afspraken maken over de visserij op Aal en wereldwijd maatregelen nemen om het broeikaseffect tegen te gaan.

Weetjes over Aal
De maximale lengte van de Aal is – voorzover bekend – 1,55 meter; het maximale gewicht 7,65 kg. De Aal kan behoorlijk oud worden. In gevangenschap kan deze vissoort meer dan 50 jaar oud worden. De oudste Aal bereikte zelfs een leeftijd van 85 jaar. De Aal is één van de weinige vissoorten die zich over land kan verplaatsen. In vochtig gras kan de Aal van het ene naar het andere water kruipen. Toch zal een Aal dat niet snel doen, omdat er een goede kans is dat hij door bijvoorbeeld een vos of een reiger wordt opgepeuzeld of niet tijdig water in de buurt vindt en uitdroogt. Wanneer een water echter opdroogt of de waterkwaliteit te slecht wordt om in te leven, heeft de Aal als één van de weinige vissoorten de kans om toch dit avontuur aan te gaan en een ander water te vinden. De huid van de Aal is zo sterk, dat er in Aziatische landen tasjes en portemonnees van worden gemaakt. Het Aalleer is oersterk en voelt toch heel zacht aan.

Hoe vis je op Aal?
Alen zijn niet moeilijk te vangen aan de hengel. Het beste aas zijn wormen, maden, stukjes vis en kaas. Deze vreemde vis leeft echter vlak bij de bodem en daarom moet je ervoor zorgen dat je het aas op de bodem aanbiedt. De beste periode zijn de zomermaanden van april/mei tot oktober/november en dan met name de avonduren. Alen gaan namelijk ’s nachts op zoek naar voedsel.
Zorg wel dat je als je een aal vangt, je deze niet mee naar huis neemt om op te eten. Alen zijn inmiddels een bedreigde diersoort in Nederland geworden en zitten op de rivieren vaak boordenvol giftige stoffen!

Theorie
> Zeelt
> Winde
> Snoekbaars
> Snoek
> Roofblei
> Ruisvoorn
> Pos
> Kolblei
> Karper
> Forel
> Brasem
> Bot
> Aal
> Alver
> Baars
> Barbeel
> Bittervoorn
> Blankvoorn

Vissoorten kennis