Vissen herkennen

De vis van buiten
Je weet vast wel hoe een vis er uit ziet, maar wat maakt een vis nu tot een vis? Vissen hebben geen poten, haren of veren, maar wel schubben, kieuwen, verschillende vinnen en een staart. Hun kieuwen worden beschermd door kieuwdeksels. Sommige vissen hebben één of meer bekdraden. Hieronder vind je de onderdelen van de vis die je aan de buitenkant kunt zien.

vissen herkennen afb 1

1. vetvin (niet altijd)
2. staartvin
3. anaalvin
4. buikvinnen
5. borstvinnen
6. schubben
7. bekdraden (niet altijd)
8. bek
9. ogen
10. kieuwdeksel
11. rugvin

De vis en zijn vinnen
Vinnen zijn voor vissen belangrijk bij het zwemmen. Vissen zwemmen door met hun lichaam golvende bewegingen te maken. Ze gebruiken hun vinnen bij het zwemmen om te sturen, versnellen en afremmen. Maar ze gebruiken hun vinnen ook om mee te dreigen of om een vrouwtje te versieren. Je kunt verschillende soorten vissen goed uit elkaar houden door de vinnen te vergelijken. Let vooral op de verschillen in aantal, plaats of vorm. Die vorm kan lang of kort en hol of bol zijn. Sommige vissoorten hebben een vetvin. Dat betekent niet dat die vinnen vet bevatten, hoor. Ze heten gewoon zo. De Zalm en de Forel hebben een vetvin. Bij de staartvin kun je drie andere vormen onderscheiden:

vissen herkennen afb2

 

Elk visje eet zoals ‘ie gebekt is
Aan de bek van een vis kun je vaak al zien met welke soort vis je te maken hebt. Aan de stand en de vorm van de bek van een vis kun je ook zien waar in het water hij zijn voedsel zoekt en wat hij eet.

Vissen met een bovenstandige bek zoeken hun voedsel vooral op en aan het wateroppervlak, zoals in het water gevallen insecten, muggenpoppen en waterkevers. Een Ruisvoorn is een vissoort met een bovenstandige bekstand. Vissen met een onderstandige bek zoeken hun voedsel op en in de bodem van een water. Zij eten dus vooral diertjes die in en op de bodem leven zoals; Vlokreeften, Wormpjes (Tubifex), Mossels, enz.. Een Brasem is een vissoort met een onderstandige bekstand.

Vissen met een eindstandige bek zoeken hun voedsel niet aan het oppervlakte en ook niet op de bodem, maar er halverwege tussenin. Zij eten vooral voedseldiertjes die op waterplanten leven en in het water zweven en zwemmen, zoals Watervlooien, Slakken en Haften. Een Kroeskarper is een vissoort met een eindstandige bekstand.

Bekdraden
Bij het zoeken naar voedsel gebruiken sommige vissen bekdraden om te proeven en te voelen. Viskenners kunnen sommige vissen al aan hun bekdraden goed herkennen.

Bekvormen Een brede bek met tanden is kenmerkend voor de grote rovers onderwater, zoals de Meerval of de Snoek. De tanden die deze vissen bezitten zijn naar achteren gericht. Zo kan een gevangen prooi niet ontsnappen. Deze vissen eten visjes, kikkers, kleine watervogels en zelfs ratten. Vissen die hun voedsel op en in de bodem van een water zoeken, hebben vaak een uitstulpbare bek. Hiermee kunnen ze verder in de bodem komen om daar hun voedsel te pakken.

vissen herkennen afb3

 

Ook bekdraden met hun gevoelige smaakzintuigen helpen bodemvissen bij het vinden van voedsel. Een Karper is een vissoort met een uitstulpbare bek en met bekdraden. Prikken hebben een echte zuigmond. Hiermee zuigen zij zich vast aan andere vissen. Zij raspen dan de huid en schubben weg van hun “gastheer”. Daarna zuigen ze diens lichaamsappen op, net zoals een bloedzuiger dat doet. Deze bekvorm komt bij andere vissoorten gelukkig niet voor.

Schubben en slijm
Heb je wel eens een vis vastgehouden? Dan heb je vast gemerkt dat de vis weg kan glippen en er glinsterende schubben en plakkerig slijm aan je handen zitten. Vies? Dat vind jij misschien, maar voor vissen zijn hun schubben en dat slijm heel belangrijk! De schubben beschermen de vis tegen beschadigingen van buitenaf. Ze liggen als dakpannen over elkaar en zijn gemaakt van hoornachtig materiaal, net als jullie nagels. Wist je trouwens dat de schubben zelf nog worden bedekt met een dun huidlaagje? Met dat buitenste huidje maakt een vis zijn slijmlaag. Die slijmlaag houdt bacteriën, schimmels en parasieten buiten het lijf van de vis.

vissen herkennen afb4

 

Gladde en ruwe schubben
Als je met je hand over de huid van een Baars strijkt, voelt dat aan als schuurpapier. Bij een Blankvoorn voelt de huid juist glad aan. De schubben van een vis kunnen namelijk glad of ruw zijn. De gladde, ronde schubben komen bij de meeste zoetwatervissen voor. De Baars, maar ook de Snoekbaars hebben ruwe kamschubben. Het gedeelte dat we kunnen zien en voelen van kamschubben, is namelijk getand als bij een kam.

Schubben verraden de leeftijd van de vis
Aan de schubben van een vis kun je zien hoe oud hij is. Als een vis groeit, groeien zijn schubben met hem mee. Elk jaar vormt zich een nieuw laagje rond de schub. In de schub van een vis kun je die laagjes als jaarringen tellen. Zo kun je zien hoe oud de vis is. Het is eigenlijk net als in een doorgezaagde stam van een boom. De zwarte ringen geven in zowel de boomstam als de schub de leeftijd in jaren aan.

Kleuren van vissen
Vissoorten kunnen verschillend van kleur zijn. Een Baars valt door zijn strepen nauwelijks op tussen rietstengels in het water. Hij gebruikt zijn kleur als camouflage. Grote roofvissen en vogels kunnen hem dan niet zien. Een Stekelbaarsmannetje kleurt in de paaitijd juist felrood. Andere mannetjes zijn zo gewaarschuwd dat ze zijn territorium binnendringen! Hij gebruikt zijn kleur dus als waarschuwing. Maar een Stekelbaarsvrouwtje vindt zo’n rode borst juist erg stoer.

Gouden vissen
Weet je hoe een Goudvis of een Goudkarper aan hun mooie kleur komen? Vissen hebben in hun huid lichaamscellen met zwarte, rode en gele kleurstoffen. De samenstelling van het kleurstoffenmengsel bepaalt de kleur van de vis. Wanneer de zwarte kleurstof ontbreekt, krijgt de vis een oranje-goudachtige tot dieprode kleur, net zoals ik. Door Giebels met zo’n kleurafwijking te selecteren, wisten Chineze viskwekers ruim 2.000 jaar geleden al Goudvissen te kweken.

Het ontbreken van zwarte kleurstof komt trouwens niet alleen bij de Giebel en de Karper voor. Ook bij andere soorten komen goudvariëteiten voor. Enkele voorbeelden zijn de Goudzeelt, Goudvoorn, Goudwinde en Goudaal. Wanneer een vis helemaal geen kleurstoffen bezit, spreken we van een albino. Deze vissen zijn - net als witte muizen - helemaal wit en hebben rode ogen.

Het skelet en de ingewanden
Heb je wel eens gezien hoe een vis voor het eten wordt “schoongemaakt”? Een akelig gezicht, dat wel. Maar je kunt dan goed zien dat een vis net als mensen een skelet en ingewanden heeft. Ze hebben zelfs veel dezelfde botten en organen met dezelfde functie. Het skelet biedt stevigheid en bescherming, het voedsel verteert in de maag en in de darmen, het hart pompt het bloed rond en ga zo maar door.

Toch hebben vissen enkele onderdelen in het vissenskelet, die mensen niet hebben: de vinstralen, die extra stevigheid aan de vinnen bieden en het kieuwdeksel, dat de onderliggende kieuwen beschermt. Echte “visseningewanden” zijn de kieuwen en de zwemblaas. Met behulp van de waaiervormige kieuwen halen vissen zuurstof uit het water. De zwemblaas kunnen vissen vullen met gas, waardoor ze beter in het water blijven zweven.

Onderdelen van de inwendige vis:
1 kieuwen
2 nieren
3 zwemblaas
4 blaas
5 geslachtsorganen
6 darmen
7 maag
8 lever
9 hart
10 ruggengraat
11 ribben
12 kieuwdeksel
13 kaak
14 schedel
15 vinstralen

Horen zien en ….. De zintuigen
De zintuigen van de vissen zijn prima aangepast aan het water waarin ze leven. Ze hebben goede ogen (zichtzintuig), waarmee ze vaak zelfs in troebel of donker water nog goed kunnen zien. Op hun kop, lippen en baarddraden zitten smaakzintuigen. Hiermee kunnen ze zelfs in de bodem voedseldiertjes vinden. Aan het water, dat door hun neusopeningen langs hun reukzintuigen stroomt, kunnen ze ruiken of er voedsel, vijanden of soortgenoten in de buurt zijn.

Vissen kunnen ook trillingen onder water “horen” met hun hoorzintuig. Dat zintuig zit in hun kop. Echte oren hebben ze niet. Hun bijzondere zijlijnorgaan helpt ze in troebel water om een vijand of een prooi op te sporen. Zelfs een blinde vis kan zijn omgeving zien met het zijlijnorgaan! Dit kunnen jullie mensen je waarschijnlijk niet goed voorstellen. Misschien is het zijlijnorgaan nog het best vergelijkbaar met de manier waarop mensen een briesje wind “voelen” met behulp van de haartjes die jullie over je hele lichaam hebben.