Ed’s vistips: roofvissen
-
Hieronder vind je Ed’s tips om nog beter te leren roofvissen:
-
Pimp je spinner.
Vanaf zaterdag 30 mei mag je weer met alle aassoorten vissen; dus ook met spinners. Die heb je waarschijnlijk al keurig in je kunstaasdoos zitten - en eind maart hopelijk niet nat opgeborgen, anders heb je nu verroeste haken - of koop je gewoon in de hengelsportwinkel. Om je spinner nog aantrekkelijker te maken dan hij al is, heb ik hier een tip om dit kunstaasje te pimpen!
Toen Marco en ik afgelopen najaar gingen snoeken voor Vis TV, zag ik dat hij aan zijn spinner een flinke bos met groene en zwarte veertjes had hangen. Zo’n bos veren noemen we een snoekstreamer en is eigenlijk bedoeld voor vliegvissers. Deze groenzwarte streamer had twee grote enkele haken boven elkaar. Die dag verwijderde Marco de gewone dreg van zijn spinner en bevestigde hiervoor in de plaats de streamer. Die combinatie leverde wel mooi de enige twee snoeken van de uitzending op - al zijn er ongetwijfeld ook andere kleuren die vangen. Zoals gezegd moet je nog even geduld hebben voor je weer met kunstaas mag vissen, maar dat geeft je wel de tijd om wat huiswerk (het in orde maken van je spinners) te doen.
- Belangrijke buikdreg.
Als je met een beetje shad op een loodkopje met een 5/0 haak vist, krijg je vaak missers. Dat komt omdat snoeken de shad vaak van onderaf aanvallen. De haakpunt die uit de bovenkant van de shad komt, wordt dan simpel gemist. Dat kun je voorkomen door een dreg(je) aan een kort staaldraadje van ongeveer 7 centimeter te monteren.
Aan het andere eind van dat staaldraadje komt een lusje dat je over het oog van het loodkop legt. Zoals gebruikelijk bij kunstaas heb je een langer staaldraadje, spinstangetje of onderlijntje van fluorcarbon aan je vislijn. Als je nu de speld van dat onderlijntje aan het oog van het loodkopje (jigkop) vastmaakt, zit het lusje van het korte staaldraadje mooi opgesloten. De dreg prik je nu met één van de punten in de onderkant van de shad.
Je zult zien dat je nu minder missers hebt en dat de meeste snoeken keurig aan die buikdreg hangen. Probeer het maar eens.
- Gewoon met de spinner.
Bijna elke dag wordt er wel en nieuw soort kunstaas bedacht. Een beetje hengelsportwinkel hangt dan ook vol met dat spul. Pluggen, shads, twisters, bulldawgs, lepels, jigs maar ook spinners.En eigenlijk is zo’n spinners al jarenlang een van de beste aasjes voor snoek. Gewoon een simpele onverzwaarde polderspinner met een rode pluim van Ondex, Mepps, Terrible en nog een stel merken. En pakken de snoeken op en gegeven moment geen gewone spinners meer, dan ga je over op tandemspinners met twee bladen. Die kennen de snoeken in veel water nog niet, dus pakken ze die weer net zo gretig. Wel een staaldraadje of spinstangetje er voorzetten, anders bijt de snoek je vislijn door!
- Als het ijs weg is.
Meestal is het zo dat zodra het ijs van de sloten en plassen is verdwenen, de vissen goed gaan bijten. Ze hebben immers een poos niets gegeten. Vooral snoek is in deze omstandigheden vaak actief; soms zelfs als er hier en daar nog ijs ligt. Een spinner met een grote rode pluim of een shad die heel langzaam worden gevist, doen het dan goed. Als je in winterse omstandigheden een vis hebt gevangen, is het belangrijk dat je deze zo kort als mogelijk op de kant houdt. Anders loop je de kans dat de slijmlaag bevriest. Dus snel en vakkundig onthaken, eventueel een foto en dan meteen weer terug. Heel veel succes!
- Lekker langzaam.
Nu het ijs op de meeste plekken weg is, zou je denken dat de snoeken super hongerig zijn en naar vrijwel alles happen. Maar dat is juist lang niet altijd het geval. In het nog ijskoude water liggen de snoeken vaak dicht tegen de bodem en tonen ze maar weinig belangstelling voor grote pluggen en ander stevig kunstaas. Helemaal als je dit ook nog eens op sneltreinvaart door het water jaagt.
Daarom de tip om nu te kiezen voor onverzwaarde spinners die je heel langzaam binnen kunt vissen. Bijvoorbeeld spinners met een breed lepelvormig tot bijna rond spinnerblad. Vis je deze langzaam binnen, dan lopen ze ook lekker diep. Wat vaak ook heel goed werkt is een grote snoekstreamer van veren en bont, oftewel een ‘halve kip’. Deze kun je behalve aan de vliegenhengel ook best aan een spinhengel vissen. De streamer monteer je aan een dun staaldraadje en op dat draadje druk je één of twee forse loodhagels.
Zo heb je voldoende gewicht om een eindje te kunnen werpen. Door de streamer heel langzaam en met af en toe een rukje binnen te draaien, kun je de snoeken dikwijls tot aanbijten verleiden. Veel succes!
- Kunstaas drogen
Hoewel kunstaas toch echt is gemaakt om door het water te bewegen, is water vaak ook funest voor de haken aan je spinner, plug, shad en ga zo maar door. Vooral als kunstaas nat in een doos wordt opgeborgen. Zeker dreggen beginnen vaak binnen de korste keren te roesten. Dat is zonde en onnodig. Door na het vissen steeds je natte kunstaas te drogen te hangen, voorkom je veel narigheid. Om dit gemakkelijk te kunnen doen bevestig je een stuk kippengaas of ander grof gaas aan de muur van je kamer of kelder. Aan dat gaas hang je dan na elke (roof)visdag het natte kunstaas te drogen. Pas als alles echt weer kurkdroog is, stop je het terug in de kunstaasdoos of viskoffer. Zo gaat je materiaal een stuk langer mee en kost het je heel wat minder zakgeld.
- Baars in de schaduw
Tot 1 april mag je nog met wormen en kunstaas op baars vissen. Dat is magnifiek, want baarzen zijn mooie en vooral sterke vissen. Vis je met wormen aan de vaste hengel, doe dit dan niet te dun: 18/00 millimeter is prima. Probeer daarbij om zoveel mogelijk op een stekje in de schaduw te vissen. Bijvoorbeeld onder steigers, boten, bruggen en wat dacht je van duikers die onder de weg doorlopen. Dat zijn namelijk de lievelingsplekken van deze prachtige roofridder. Vis met een worm altijd een stukje boven de bodem en trek bovendien regelmatig je dobber een beetje uit het water om deze daarna weer terug te laten zakken zodat de worm in het water danst. Een handje wormen in stukjes knippen en als lokvoer gebruiken werkt ook supergoed voor baars.
- Kunstaas en lijnen
Wil je met spinners in ondiep polderwater vissen, dan kies je voor een onverzwaarde spinner als de enkele of dubbele Ondex met rode haakpluim. Met een verzwaarde spinner zou je namelijk te diep vissen en voortdurend planten en vuil van de bodem plukken. Maar ook een onverzwaarde spinner kan nog dieper lopen dan je zou verwachten. Dit heeft te maken met de beïnvloeding door de lijn en onderlijn.
Een vislijn van nylon weegt in het water bijvoorbeeld meer dan gevlochten lijn. Hierdoor zal een spinner die aan een nylon lijn wordt gevist iets dieper door het water gaan. Daarbij heb je nog een onderlijntje boven het kunstaas nodig om te zorgen dat snoeken de lijn niet doorbijten met hun scherpe tanden. Je hebt de keuze uit een staaldraadje, stug spinstangetje of onderlijn van dik fluorcarbon. Deze hebben onder water ook allemaal weer een verschillend gewicht, wat mede bepaalt hoe diep je kunstaas zwemt. Vis je zoals eerder gezegd in ondiep (polder)water, dan zou ik kiezen voor de combinatie van gevlochten lijn met aan de spinner een onderlijntje van dik fluorcarbon.
- Propellers omzeilen waterplanten
Snoekvissen met kunstaas is in de zomer niet altijd eenvoudig: veel sloten zitten barstensvol waterplanten. En met groene slierten of blad aan je haak vang je niet goed. Het beste kun je daarom kunstaas gebruiken dat door of vlak onder het wateroppervlak gaat. Dus over de planten heen. Dit kan bijvoorbeeld met een jerkbait. Nadeel van de meeste jerkbaits is alleen dat je er weer een speciale werphengel voor moet hebben. En daarbij het liefst nog een werpreel i.p.v. een werpmolen.
Er zijn echter jerkbaits die je ook met een gewone werphengel en molen keurig recht kunt binnendraaien. Deze lijken een beetje op een dikke sigaar met aan het achtereind een propeller en worden proppers of propbaits genoemd. Bij het binnenhalen van dit type jerkbait gaat de propeller draaien en zo ontstaat er een hoop kabaal in het water waar snoeken helemaal wild van worden. Soms komen ze onder je propper als een raket uit het water geschoten en dat is natuurlijk superspannend. Natuurlijk wel altijd een staaldraadje of dikke fluorcarbon/nylon onderlijn boven je kunstaas gebruiken.
- Dichtbij de boot
De meeste van jullie hebben waarschijnlijk nog geen visboot. Maar als je er wel een hebt, of iemand kent met een boot waarbij je kan instappen, dan raad ik je aan om de komende tijd eens te gaan trollen met kunstaas. Trollen is niets anders dan het achter de boot slepen van allerlei soorten pluggen en gummi zoals shads. Dit kan de komende weken weer prima omdat veel waterplanten afsterven en sloten en vaarten daardoor schoner worden. Het grote voordeel van trollen is dat je met deze vistechniek heel veel water bestrijkt en dus ook veel meer snoeken tegenkomt dan wanneer je lopend vist.
Hang je kunstaas bij het trollen vooral niet te ver achter de boot omdat het anders te diep loopt en minder snel door de snoek wordt opgemerkt. Is het water bijvoorbeeld nauwelijks dieper dan 1,5 meter, laat het kunstaas dan hooguit twee of drie hengellengtes achter de boot zwemmen. En omdat je voor het trollen meestal korste, stugge werphengels van hooguit twee meter lengte gebruikt, vis je vaak maar op vijf of zes meter achter de boot. Dit lijkt misschien wat dichtbij het schroefwater van je buitenboordmotor, maar daar hebben de snoeken geen angst voor. Het geluid en de luchtbelletjes trekken de vis wellicht zelfs aan.
Wees tenslotte vooral niet bang om behoorlijk grote pluggen en shads zwemles te geven. Vaak pakken de snoeken in deze tijd van het jaar liever een shad van 25 centimeter dan een miniplugje. Jij hebt toch ook veel liever een hele biefstuk dan een half tartaartje?
- Mis en toch raak
Onlangs gaf ik jullie een tip over het trollen van kunstaas achter de boot. Wellicht heb je dit intussen al gedaan en daarbij gemerkt dat je best wel regelmatig missers krijgt. Je ziet dan een flinke tik op de hengeltop of een grote kolk in het water achter je kunstaas zonder dat de vis hangt. Dit hoort nu eenmaal bij het snoekvissen, maar hoeft niet te betekenen dat je kansen verkeken zijn.
Je kunt in dat geval twee dingen doen. Een daarvan is de boot onmiddellijk omdraaien en nog een keer over dezelfde plek terugvaren. Helaas lokt dit in veel gevallen geen tweede aanval uit. Wat vaak wel werkt is de boot stoppen, de hengel binnendraaien en je aas naar de plek werpen waar je net die misser had. Heel vaak hangt de snoek nog een beetje verbluft en afgebluft op diezelfde plek in het water. Komt dat lekkere hapje nog een keer voorbij, dan zal ie niet aarzelen en meteen toeschieten.
Deze tip geldt overigens ook voor het vissen vanaf de kant. Hierbij zie je vaak ook dat de volgende worp direct na een misser wel succesvol is. En ben je met zijn tweeën aan het vissen, dan hoeft het zeker niet nadelig te zijn om met je kunstaas als tweede langs een stek te komen. Het kan zijn dat degene die voorop loopt de vis ‘los’ maakt, waarna deze zijn tanden zet in het volgende stuk hout, rubber of metaal dat voorbij zwemt.

