Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

 

Vissen en vangen

 

FEEDERVISSEN = VEEL WITVIS VANGEN!
Feedervissen is een ontzettend leuke manier om veel witvis te vangen. En dat kan op vrijwel alle watertypen: kanalen, rivieren, meren en vijvers. Het geheim is dat je met de feederhengel zeer nauwkeurig een mooie voerplek maken door telkens een gevuld voerkorfje op je stek te werpen.


DE HENGELOPSTELLING
Hier zie je een typische feederopstelling. De hengel ligt op een brede hengelsteun bijna evenwijdig aan de oever, iets wijzend richting het aas. Je kunt de aanbeten zo perfect zien en hebt alle ruimte achter je om goed aan te slaan.

 

VOEREN = VANGEN!
Koop een zak feedervoer en meng dit in een voeremmer of teiltje met wat maden, verpopte maden (casters) of mais. Iets water toevoegen en goed mengen. In ondiep water mag het voer vrij droog en los blijven, in diep of stromend water mag het kleveriger zijn zodat het langer in de korf blijft.

 

VOEREN MET DE KORF
Met de voerkorf breng je elke worp weer een verse lading voer en aas op de stek. Bouw de stek op door vier of vijf korven voer (zonder onderlijn) op de stek te werpen. Na het afzinken trek je ze met een flinke ruk leeg. Dan ga je vissen met een gevulde voerkorf en een onderlijn met aas.

 

STEKKEUZE EN INWERPEN
Kies een vast punt aan de overkant van het water en probeer hier zo nauwkeurig mogelijk op te mikken. In het voorjaar zijn ondiepe plekken vaak goed, in de koudere maanden kies je de diepere plekken. De diepte peilen doe je door de korf te werpen en te tellen hoelang het duurt voordat de korf op de bodem is. Hoe langer dat duurt, hoe dieper de stek.

LIJNCLIP
Heb je een goede visafstand gevonden, haak dan de lijn achter de lijnclip. Zo werp je elke keer op exact dezelfde plek. De slip van de molen mag flink strak.

LET OP JE TOP
Houd je hengeltop goed in de gaten. Zodra deze beweegt zit er vis bij je aas. Slaat de top verder uit, dan is het tijd om de haak te zetten.

 

 

ED'S AASTIP
Als het even kan neem je verschillende aassoorten mee. Ed zweert bij deze vier toppers: grote maden, kleine maden, casters (verpopte maden) en mestpiertjes. Er zijn namelijk dagen dat je met het ene aas veel beter kunt vangen dan met het andere aas. Op de meeste dagen doen de vissen gelukkig niet zo moeilijk en kun je met gewone maden prima vangen!

(Let op: van 1 april tot de laatste zaterdag van mei geldt er voor wormen een gesloten tijd).

 

VOERKORVEN
De belangrijkste voerkorven op een rij: open gaaskorf van 20 tot 40 gram voor langzaam stromend en stilstaand water, gesloten korf van 20 tot 100 gram voor dieper en stromend water en speedkorven om ver en toch nauwkeurig te werpen.

 

MET EEN ZONNEBRIL ZIE JE MEER
Vooral op zonnige dagen is het turen naar de hengeltop een stuk minder vermoeiend als je een goede zonnebril op hebt. Een polaroidbril is prettig omdat je dan echt geen last meer hebt van de schitteringen van het water.


GOED ONTHAKEN
Pak de vis met natte handen vast. Zorg dat de onderlijn gestrekt is en leg deze in het gleufje van de hakensteker.

Draai de hakensteker een kwart slag en schuif hem richting de haak. Duw deze voorzichtig uit de bek.

Zodra het haakje vrij is haal je de hakensteker uit de bek en kun je de vis weer terugzetten. Knip bij een diep geslikte haak altijd de lijn door.