Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

 

Dit heb je nodig

 

1. DE VISPAS
Om in Nederland te vissen heb je meestal een VISpas nodig. Dit is tevens het bewijs van lidmaatschap van je hengelsportvereniging.

2. HENGEL
Je kunt kiezen uit een telescoop- of oversteekhengel. Een telescoophengel is goedkoop, maar kun je tijdens het vissen niet makkelijk inkorten of verlengen. Met een oversteekhengel kan dit wel. Hoe langer je hengel, hoe verder je uit de oever kunt vissen. De lijn wordt via een toprubbertje aan de top bevestigd.

 

3. KANT & KLAAR TUIGJE
Als je voor de eerste keer gaat vissen, is het makkelijk om een kant-en klaar vistuigje te kopen. Kies voor een slanke dobber van 0,5 tot 1 gram voor stilstaand water; voor stromend water kies je een boller model van 1 tot 3 gram.

4. DE LIJN
Heb je de smaak eenmaal te pakken, dan ga je natuurlijk zelf je vistuigjes maken. Hiervoor heb je een nylon hoofdlijn nodig van minimaal 12/00 om mee op blankvoorn en ruisvoorn te vissen. Dit is de standaard aanduiding voor een dikte van 0.12 millimeter. Voor zwaardere vis als brasem en winde kies je een lijn van 14/00.

 

5. DOBBERS
De dobber bepaalt voor een groot deel je succes. Kies deze zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk. Met een draagvermogen tussen de 0,5 en 3 gram zit je goed.
6. HAAKJES
Natuurlijk heb je ook haakjes nodig. Hoe hoger het maatnummer, hoe kleiner de haak. Neem haakmaat 16 of 18 om met maden op voorntjes te vissen en maat 12 of 14 voor grotere vissoorten.
        
7. KNIJPGEWICHTJES
Met verschillende maten knijpgewichtjes kun je elke dobber nauwkeurig uitloden. Let erop dat je nooit knijpgewichtjes verspilt.
        
8. TUIGENPLANKJE
Een tuigenplankje om je vistuigje na het vissen op te bergen. Zo komt je tuigje niet in de knoop en kun je het keer op keer opnieuw gebruiken.
     

9. KIKKERTJES
Schuif een kikkerbuisje over de hengeltop naar beneden tot het klem zit op de hengel. Je kunt de vislijn gemakkelijk via een lusje aan de kikkertjes bevestigen.

 

10. PEILGEWICHT
Een peilgewicht helpt je de exacte waterdiepte op je stek te bepalen. Een peilgewicht met kurk aan de onderkant is ideaal, omdat je daar je haakje in kunt prikken.

       

11. SILICONEN RUBBERTJES
Met diverse maten silliconen rubbertjes kun je alle maten dobbers op de lijn vast zetten. Gebruik deze ook om de lijn aan het eind van de hengeltop vast te zetten.

12. LOKVOER
Neem een zak kant-en-klaar lokvoer zodat je gelijk een aantrekkelijke voerplek kunt maken. Het lokvoer moet je mengen met een beetje water, voordat je het gebruikt.

      
13. VOEREMMER
In een voeremmer kun je gemakkelijk je lokvoer met een beetje water mengen en voerballen kneden.
    
14. AAS
Zonder aas zul je weinig vangen. Brood, maden en wormen zijn goede aassoorten. Bewaar de maden en wormen in een bakje met luchtgaatjes in de deksel.

        

15. HAKENSTEKER
Ga nooit naar de waterkant zonder hakensteker, zodat je elke vis snel en gemakkelijk kunt onthaken.

 

 

16. LANDINGSNET
Neem altijd een landingsnet mee zodat je ook grotere vis veilig kunt landen.
17. VISSTOEL
Een eenvoudige visstoel, natuurlijk kun je ook voor een meer luxe viskist kiezen.