Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

 

Vissen en vangen


 

SNEL EN GEMAKKLIJK
Meer heb je niet nodig: een vaste hengel, wat klein materiaal, wat aas en voer en eventueel een stoeltje of matje om op te zitten. Met zo weinig spullen kun je heel snel op je visplek zijn en lekker een paar uurtjes vissen. Daarom kun je met de vaste stok lekker even na schooltijd of - als het van je ouders mag - nog even na het avondeten gaan vissen.

 

LOKVOER
Om vis naar je stek te lokken gebruik je lokvoer. Lokvoer kun je kant-en-klaar kopen maar kun je ook zelf samenstellen uit diverse meelsoorten, zoals broodmeel, koekjesmeel en kokosmeel. Voeg altijd wat aas als maden en/of mais toe voor extra aantrekkingskracht.
Maak je lokvoer zo nat dat je er ballen van kunt kneden en maak wat balletjes zo groot als een mandarijn. Voer hooguit een paar balletjes en altijd recht onder je hengeltop, zodat je bij wind of stroming altijd je voerplek kunt bereiken.

 

REGELMATIG BIJVOEREN
Voer regelmatig, zo om de tien minuten, een klein beetje aas bij. Tot een meter of vijf kun je dit met de hand doen, verder weg gaat het beter met een werppijpje. Het gebruik van de katapult is in Nederland verboden.

 

DOBBER AFSTELLEN EN PEILEN
Peil de dobber altijd lekker ‘scherp’ af. Dit betekent dat je zoveel knijpgewichtjes op de lijn zet dat alleen de antenne van de dobber een stukje boven water uit komt.
Zo zet je een peilgewicht vast. Trekt het gewicht de dobber onder, schuif deze dan net zolang omhoog tot het puntje van de dobber nét boven water uitsteekt. Je vist nu strak tegen de bodem. Er zijn echter ook vissen die een eind boven de bodem zwemmen. Dus als je bij de bodem geen beet krijgt kun je de dobber een stuk omlaag schuiven zodat het aas tussen ‘water en wind’ wordt aangeboden.

 

HAAKAAS
Als je met brood vist, vouw dan een plukje (wit)brood om het haakje en druk het plat. Brood weekt echter snel van de haak, vandaar dat vaak wordt gevist met maden. Bij maden prik je de haakpunt door het velletje van het dikke gedeelte. Werp af en toe een paar maden bij de dobber om de vis tot azen aan te zetten. Vis je met wormen, prik dan de haak midden door de worm en vervolgens nog een keer er vlak naast zodat hij stevig vast zit.


LANDEN EN ONTHAKEN

Grotere vissen moet je altijd landen met een landingsnet of schepnet. Zo weet je zeker dat de lijn niet breekt en komt de vis veilig binnen handbereik. Kleinere vissen kun je gewoon uit het water tillen.

Onthaken is simpel:
hou bij het onthaken de lijn strak. Sla de hakensteker om de lijn en schuif deze naar beneden om de haaksteel. Duw de haak nu voorzichtig uit de bek. Knip bij een diep geslikte haak de lijn zo kort mogelijk af en zet de vis terug.

Let op: pak de vis altijd met natte handen vast!