Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons cookiebeleid.

Accepteer cookies

Vis en zuurstof

Vissen hebben, net als landdieren, voldoende zuurstof nodig. De hoeveelheid (opgeloste) zuurstof is in water echter veel lager dan in de lucht. Daarom hebben vissen een enorm goed ademhalingsapparaat, de kieuwen (lees hier meer over kieuwen).

  In dit filmpje leer je meer over ademhaling bij vissen

In stilstaand water zijn waterplanten en algen (dat zijn eigenlijk ook plantjes) de grootste leveranciers van zuurstof in het water. Onder invloed van zonlicht produceren zij net als bomen zuurstof ("fotosynthese"). In stromend water leveren de sterke stroming en beluchting en het "kolken" van het water het meeste zuurstof.

 

Vissen en laag zuurstofgehalte

Vissen kunnen een korte tijd tegen lage zuurstofgehalten van het water. Ze laten dan meer water door hun kieuwen stromen. Sommige karperachtigen (bijvoorbeeld goudvissen in een vuile viskom) kunnen zuurstof opnemen door water aan het oppervlak of direct lucht te happen. Er zijn vissoorten die zuurstof kunnen opnemen via de darmen of via de huid (bijvoorbeeld de grote modderkruiper). De kroeskarper kan zelfs korte tijd helemaal zonder zuurstof overleven!

Grote modderkruiper Kroeskarper

Optimaal en minimaal zuurstofgehalte

De meest gunstige zuurstofconcentratie voor een vis is meestal aanzienlijk hoger dan het minimumniveau waarbij de vis nog net in leven kan blijven. Optimaal is een gehalte tussen 8 en 12 milligram per liter. Bij een concentratie onder de 2 milligram per liter komen vissen meestal pas echt in de problemen. De zuurstofbehoefte verschilt per vissoort en per levensstadium; vooral de eieren en de embryo’s van vissen hebben relatief veel zuurstof nodig.

Ruisvoorn Beekforel

Soorten die leven in ondiepe, waterplantenrijke wateren, zoals de ruisvoorn, kunnen vaak goed tegen de extreme uitschieters in het zuurstofgehalte die in dat soort wateren optreden. Soorten die leven in stromend water, dat meestal vrij koud en zuurstofrijk is, zijn juist erg gevoelig voor lage zuurstofgehalten. Een voorbeeld is de beekforel.